De VLD heeft op het voorbije congres een duidelijk signaal gekregen én gegeven. De liberale tekst werd op gejuich onthaald en heel wat echte liberalen schoten in hun pen om correcties en verbeteringen te suggereren. Kan dit het het begin zijn van een nieuwe start? Een post-politieke correctheid liberalisme? Het liberalisme van de jaren 1990 was de erfenis van liberalen die de jaren 60 bewust hadden meegemaakt, de erfenis van liberalen die tijdens mei 1968 met de vinger werden gewezen. Socialisme en communisme was toen ‘goed’, kapitalisme en liberalisme werden als pervers beschouwd. De liberalen ervoeren een collectief schuldgevoel en werden als paria’s behandeld. Enkele visionairs reageerden daartegen, Guy Verhofstadt’s liberalisme veroverde zelfs de PVV. Maar uiteindelijk droegen de liberalen nog altijd een schuldgevoel mee. Een schuldgevoel waarop we reageerden door liberale zaken af te zwakken, ons te verschuilen achter de anti-individualistische stellingen van de politieke correctheid en we telkens maar weer afweken van de kern van het liberalisme: het individualisme. Individualisme is geen egoïsme, integendeel zelfs, individualisme is een ideologie die strijdt voor de vrijheid van élk individu. Elk individu moet zelf zoveel mogelijk beslissingsmacht over zijn eigen leven hebben. En dat houdt automatisch in dat we elkaar daarin ook moeten respecteren. Dat basisrespect is de kerngedachte van de overheid in het individualistisch denken. Dàt is de taak van de overheid, de burger helpen om vrij te zijn en andermans vrijheid te respecteren. Maar de afkeer van individualisme als ethiek, de herintrede van collectivisme en het verwerpen van kapitalisme, hoewel dat niets anders is dan het persoonlijk streven naar geluk, zat diep. Het was een tijd waarin liberale ideologen wanhopig schreeuwden tegen de partij. Het voorbije congres vielen wij, klassiek-liberalen, van onze stoel want de tekst die werd voorgesteld was warempel een liberale tekst. Aangemoedigd en vol enthousiasme stelden we verbeteringen voor en enkele werden zelfs, ondanks verzet van sommigen, goedgekeurd! Voor veel liberalen deed dit de stille hoop opleven dat de VLD eindelijk zou gaan beseffen wat liberalisme was. Een hoop die zeer snel weer moest gaan liggen toen Bart Somers volmachten kreeg die hem volgens de geest van het liberalisme nooit konden worden gegeven. Maar enkelen blijken het signaal van hoop te hebben opgepikt, en meer en meer ontdek ik dat liberalen hun naam waardig worden. Meer en meer liberalen beginnen de geest van het congres, dat van economische vrijheid als bron van persoonlijke vrijheid, om te zetten in acties. Bart Tommelein pleit ervoor om gepensioneerden onbeperkt te laten bijklussen, en pleit daarmee onomwonden voor het verlaten van het idee dat pensioen nà de arbeid komt. De VLD aanvaard algemeen het standpunt dat eigenaars van een horeca-zaak zélf mogen beslissen of ze al dan niet roken toelaten. VLD-coryfeeën pleiten onomwonden voor een flat-tax. De VLD pakt eindelijk het sociaal profitariaat aan door het activeringsbeleid te blijven ondersteunen en door het systeem van dienstencheques die arbeid betaalbaarder en interessanter maken te blijven verdedigen. In haar recentste nieuwsbrief wijst de VLD de politici die de burger beledigen voor het afkeuren van de Europese grondwet terecht en blijft het referendum verdedigen. De VLD steunt Stefaan Noreilde in het makkelijker maken voor studenten om te werken. (Aangezien ik zelf werk in het weekend is dat ook persoonlijk een heel goede zaak).
Kortom: de VLD pleit voor een kleinere overheidscontrole op de vrije markt, is voorstander van een deregularisering en goedkoper maken van arbeid, een eerlijker sociaal systeem, minder betutteling.
Eindelijk, de VLD is opnieuw echt liberaal aan het worden. Ik ben trots een VLD’er te zijn. Ik ben er trots op zowel het beleid als de visie en de ideologie waarop ze gebaseerd is te verdedigen!


